Het was een dinsdagavond, training zoals altijd voor Buakaw de Thaise kickbokslgegende. Sparren op tachtig procent. Tenminste, dat dacht ik. Ik zette een inside low kick in. Niet goed voorbereid. Geen afstand. Geen balans. Mijn tegenstander zag het aankomen en checkte perfect.
Ik voelde direct die doffe dreun op mijn scheen. Geen open wond, geen kneuzing die je ziet — maar een kloppende pijn die bleef.
Na het rondje keek mijn trainer me aan. “Wat was je bedoeling met die trap?” vroeg hij. Ik had geen antwoord. Dat was precies het probleem. Geen plan. Geen doel. Alleen actie zonder nadenken.
Hij legde uit: een low kick zonder voorbereiding is vragen om problemen. Zonder jab of beweging ervoor, geef je alles weg. En als je hem dan nog halfbak inzet, krijg je de rekening.
Elke techniek moet een reden hebben. Niet trappen omdat het kan. Trappen omdat het moet. Denk aan de volgorde: feint, afstand, balans, dan pas de trap.
En: als je trapt, trap dan vol — of doe het niet. Half erin gaan is gevaarlijker dan voluit. Je scheenbeen voelt het sneller dan je ego.
Ik liep drie dagen mank. Niet omdat iemand me sloeg, maar omdat ik mezelf in de weg zat. Die trap was niet het probleem. Mijn gedachteloze uitvoering wel.
Sindsdien trap ik alleen als het klopt. Niet eerder.
Lees het artikel op de mobiele website